Update: GGZ in zwaar weer

25 oktober 2022

Ggz in zwaar weer: wat betekent dit voor jou als vaktherapeut?

Regelmatig is in het nieuws dat de ggz in zwaar weer zit. In 2022 is er een groot inkomstenverlies van 5 tot soms wel 15% ten opzichte van dezelfde periode in het vorige jaar. Dit in combinatie met de inflatie geeft veel zorgen bij bestuurders van ggz-instellingen en bij werknemers. De vraag is: hoe gaan we dit betalen?
In 2022 is ook het Zorgprestatiemodel ingevoerd. Afgesproken is dat dit macroneutraal verloopt. De NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) monitort op deze afspraak. Daarnaast blijft de NZa in gesprek met beroepsverenigingen zoals de FVB over eventuele schadelijke bijeffecten voor de zorg van de invoering van het Zorgprestatiemodel. Eerder kwam al het signaal dat de nieuwe bekostiging effect zou hebben op de omzet. 
Als NVPMT en de commissie loondienst van de FVB willen we dit deels technische verhaal met jullie delen zodat je goed toegerust proactief het gesprek aan kunt gaan met je bestuurders en leidinggevenden of op het moment dat nagedacht moet worden over hoe om te gaan met de consequenties.

Toename indirect tijd vanaf 2017
Een van de oorzaken is dat in de jaren 2017-2021 de indirecte tijd is toegenomen en de directe tijd afgenomen. Instellingen worden betaald voor het leveren van de directe tijd. Hierin zit een norm voor indirecte tijd berekend.
ValueCare onderzocht de impact van corona (2,3% no-shows, 2% verzuim) en de introductie van het Zorgprestatiemodel (6,4% indirecte tijd, 1% productmix-consulten). De introductie van de norm voor indirecte tijd geijkt op de productie van 2017 blijkt de grootste impact te hebben op de omzet. In het Zorgprestatiemodel wordt indirecte tijd namelijk niet langer geregistreerd. De indirecte tijd wordt gecompenseerd door een norm voor indirecte tijd. Deze indirecte normtijd is geijkt op 2017. De tarieven zijn niet gekoppeld aan verschuivingen in de proportie indirecte tijd na dit ijkpunt in 2017.

Geldt dit ook voor vaktherapeuten?
Voor vaktherapeuten geldt dat in 2017 de indirecte tijd ten opzichte van de normtijd 99,6 % was. In 2021 is de indirecte tijd (en dan met name het deel multidisciplinair overleg) gegroeid naar 110,8% ten opzichte van de normtijd.
Bij een structurele toename in de proportie indirecte tijd is de indirecte normtijd bij invoering van het Zorgprestatiemodel dus niet representatief voor de indirecte tijd die gepaard gaat met de levering van de betreffende zorgprestaties. Daarom heeft de Nederlandse ggz ValueCare verzocht nader onderzoek te doen naar de ontwikkeling van de indirecte tijd vanaf 2017 en de impact hiervan op de Zorgprestatiemodel-omzet anno 2022. De link naar het volledig rapport vind je onderaan dit bericht. 

Hoe kan dit?
Uit het onderzoek komt naar voren dat ggz-instellingen (70% van het totaal aantal instellingen) aangeven dat de groei van de indirecte tijd voortkomt uit de introductie van het hoofd- en regiebehandelaarschap, de introductie van de Wvggz (Wet verplichte ggz), toegenomen netwerksamenwerking en complexiteit van de cliëntenpopulatie, het voorschrijven van medicatie en het voldoen aan vereisten van methodologisch werken en/of certificeringen. Deze veranderingen in het werkveld vereisen meer zorgafstemming en coördinatie. Daarnaast speelt een rol dat 100% NZa-tarieven hierdoor vermoedelijk niet kostendekkend zijn. Wanneer lagere tarieven zijn gecontracteerd door de zorgverzekeraars middels een afslagpercentage van het 100% NZa-tarief, dan komt de omzet nog verder onder druk te staan.

Conclusie
Op dit moment is er een groot financieel tekort ontstaan in de ggz door het door de overheid geïnitieerde beleid en dan met name de invoering van het Zorgprestatiemmodel. De hoop dat dit model zou zorgen voor een geringere administratieve druk en daardoor minder indirecte tijd is tot nu toe niet uitgekomen. Dit heeft te maken met het tegelijkertijd invoeren van het hoofd - en regiebehandelaarschap en de introductie van de Wkggz. Hierdoor is er veel meer tijd nodig voor netwerkoverleg en multidisciplinair overleg. Een derde ontwikkeling die geconstateerd wordt is dat de complexiteit van de cliëntenpopulatie toeneemt.
ValueCare adviseert aan de overheid om de 100% NZa-tarieven geldend vanaf 2022 te herijken, waarbij kalenderjaar 2021 als uitgangspunt wordt genomen. Hiermee kan een deel van het verlies opgevangen worden.

Advies
Het is belangrijk dat zorgverleners zich realiseren dat het niet hun schuld is dat de zorg complexer geworden is en dat er een nieuwe wet ingevoerd is die voor extra kosten zorgt omdat er meer overleg nodig is. Hetzelfde geldt voor verliezen door corona. Het is iets wat ons als samenleving is overkomen en heeft gezorgd voor meer no-shows en een hoger ziekteverzuim, net als in andere sectoren.
De commissie Loondienst hoopt dat jij je gesterkt voelt met deze informatie als je in gesprek gaat met je werkgever over hoe om te gaan met deze verliezen. Het is belangrijk dat je als vaktherapeut ook hierin voor jezelf opkomt als dat nodig. Daarnaast geeft de commissie Loondienst aan het ook belangrijk te vinden dat je de commissie op de hoogte houdt van de ontwikkelingen in het werkveld (via loondienst@vaktherapie.nl). De commissie kan niet altijd één-op-één actie ondernemen op wat er gebeurt, maar ze kunnen wel op de trends anticiperen, bedenken waar ze deze moeten bespreken en tips met jullie delen.

Tot slot
Wil je meer weten over de commissie Loondienst, kijk dan hier. 
Ga hier naar het volledige onderzoek: NZa (2021). Monitor macro impact Zorgprestatiemodel: Gesimuleerde impact van het zorgprestatiemodel binnen het instellingendomein van de geneeskundige ggz.
 
 

Deel dit via:
Terug naar het nieuwsoverzicht